Sprookjes naar de gebroeders Grimm door Katrin Lange
Hans heeft er na zeven jaar in het buitenland grondig genoeg van en wil eindelijk weer naar huis. Hij heeft zijn leertijd voltooid en slaat alle carrièrevoorstellen van zijn baas af. Hij wil alleen nog maar terug naar zijn dorp, waar de geur van de weiden hem zo vertrouwd is.
De rijke koopman, die Hans de afgelopen jaren zeer is gaan waarderen, wil hem alleen maar het beste gunnen en schenkt hem bij het afscheid een grote klomp goud. Door het gewicht daarvan moet hij tijdens zijn reis flink zweten.
Op zijn lange weg naar huis maakt Hans hier en daar een interessante kennismaking. Iedereen die hij tegenkomt, verkeert op zijn eigen manier in nood. Iedereen heeft iets nodig wat hij op dat moment niet heeft. Hans ruilt graag dingen en perspectieven, vooral als iedereen er baat bij heeft. En hij heeft gelijk, want: wat heb je aan de mooiste klomp goud als Hans hem niet naar huis kan brengen? Hij heeft een paard nodig. En al snel heeft hij er een. Maar wat heb je aan een mooi paard als je honger en dorst lijdt?
Hans wordt al snel een meester in het ruilen. Tijdens zijn reis ontmoet hij allerlei slimme mensen en zo laat Hans zich al snel verleiden door het vooruitzicht op verlichting, waardoor hij zijn interesse op nieuwe dingen richt.
Uiteindelijk brengt hij een heel eigen schat mee naar huis. Hans volgt tijdens zijn reis geen objectieve waarden, maar stelt zichzelf altijd de uiterst verstandige vraag: hoeveel heb ik zelf nodig om gelukkig te zijn?


