Met werken van Luise Adolpha Le Beau en Robert Schumann
Programma
Luise Adolpha Le Beau – Pianokwartet in f-mineur op. 28
Robert Schumann – Pianokwartet in Es-majeur op. 47
De jaren in Leipzig van 1840 tot 1844 behoorden tot de meest productieve en gelukkigste van de componist Robert Schumann. Het jaar 1842 wordt daarbij beschouwd als zijn „kamermuziekjaar“: er ontstonden de drie strijkkwartetten op. 41, het pianokwintet op. 44 en ten slotte zijn enige voltooide pianokwartet op. 47 – een werk vol innerlijkheid en dromerige melancholie, waarin strijkers en piano versmelten tot een organisch geheel. Het hart van het werk wordt gevormd door het Andante-deel, dat begint met een van de mooiste cellothema’s uit de romantiek. Bij de wereldpremière in 1844 in het Gewandhaus nam Clara Schumann de pianopartij voor haar rekening – die gevierde pianiste bij wie de jonge en zeer getalenteerde pianiste en componiste Luise Adolpha Le Beau bijna 30 jaar later pianoles zou gaan volgen. Na slechts 12 pianolessen was de relatie tussen de twee vrouwen echter zo zwaar belast door gevoelens van rivaliteit en concurrentie dat Le Beau de lessen afbrak. In 1883 componeerde Le Beau haar pianokwartet op. 28 – een werk dat de grote vorm op kleine schaal laat zien: cyclische verbanden bepalen de muzikale eenheid van het werk over de vier delen heen.


