getekend door Dorit Gäbler
In Hildegard Knefs autobiografische roman Der geschenkte Gaul, die een internationale bestseller is, in 17 talen is vertaald en ook door critici als literair werk is bekroond, tekent Hildegard Knef portretten van haar metgezellen en strijdmakkers. Door middel van deze portretten, die beknopt en expressief zijn, wordt de persoonlijkheid van deze wilskrachtige vrouw in de loop van de avond gepresenteerd.
Ze ging op tournee met liedjes die ze zelf had geschreven. Enkele van de mooiste zullen op deze avond ten gehore worden gebracht, zoals Ich brauch Tapetenwechsel; Berlin, dein Gesicht hat Sommersprossen; Ich brauch kein Venedig; Für mich soll's rote Rosen regnen, maar natuurlijk ook de bekende andere zoals: Aber schön war es doch; Eins und eins; Du bist mein Salz in der Suppe; Guten Morgen Paul; Ich glaub'ne Dame werd ich nie; Nichts haut mich um, aber du; Ich hab mich so an dich gewöhnt en andere.
Enkele filosofische teksten van Hildegard Knef komen aan bod en er wordt teruggeblikt op haar opname- en tournee-activiteiten.
Het leven gooide Hildegard Knef vaak genoeg uit het zadel. Ze stond altijd weer op en gaf nooit ruimte aan zelfmedelijden. Haar Berlijnse "so what?", omschreven als een reddingsboei, heeft haar voor ons bewaard als een moedige, creatieve, hartelijke artieste die altijd naar de toekomst keek.
Een van de doelen van dit portret van Hildegard Knef is het doorgeven van deze wil om te vechten, deze moed om het leven aan te gaan.



