Opera in één bedrijf van Stephen Oliver | Naar het verhaal van Thomas Mann | Libretto van de componist | Duitse vertaling door Manfred Weiß
„Het lijkt wel alsof er iets in de lucht hangt, een ziekte. En iedereen is besmet geraakt.”
De moeder in Mario en de tovenaar
Het is hoogseizoen in het Italiaanse kustplaatsje Torre di Venere. Ook een Duitse weduwe is met haar tienjarige dochter onder de vakantiegangers. Onverwachts raakt ze in conflict met de lokale bevolking wanneer ze haar dochter toestaat even haar zwempak uit te trekken om het in het zeewater van het zand te ontdoen. De burgemeester legt de moeder voor deze overtreding een boete op. ’s Avonds staat de voorstelling van een goochelaar op het programma. De specialiteit van deze goochelaar is hypnose, waarmee hij mensen uit het publiek dingen laat doen die ze helemaal niet wilden doen. Er breken agressieve uitbarstingen los die niet meer onder controle te krijgen zijn …
In de zomer van 1926 bracht de schrijver Thomas Mann met zijn gezin vakantie door in een Italiaanse badplaats aan de Ligurische Zee. Hij maakte kennis met een land waar Mussolini zich net tot fascistische leider had opgeworpen. Drie jaar later verwerkte Mann deze ervaring in de novelle Mario en de tovenaar. De opera van Stephen Oliver uit 1988 volgt het origineel, maar voegt er ook eigen accenten aan toe. Zo wordt van het vierkoppige vakantiegezin uit de novelle een alleenreizende weduwe met dochter, waardoor het gevoel van bedreiging en verlorenheid in het vreemde nog eens wordt versterkt. Op muzikaal vlak slaagt Oliver erin om met een sfeervol geluidsdecor de zowel klimatologisch als politiek gespannen situatie op indringende wijze tot leven te brengen.


