Deze speciale tentoonstelling is gewijd aan de Nederlandse kunstenaarskolonie in Katwijk en richt de aandacht op sfeervolle, figuurgerichte schilderkunst. De tentoongestelde werken geven een authentiek beeld van het ruige leven en de door ontberingen gekenmerkte werkdag van de vissers aan de Noordzeekust.
Van 25 september 2026 tot en met 28 februari 2027 belicht een uitgebreide tentoonstelling het kunsthistorische belang van het Nederlandse vissersdorp Katwijk. Het plaatsje aan de Noordzeekust, dat al in de 17e eeuw door Jan van Goyen als motief werd ontdekt, ontwikkelde zich vanaf het midden van de 19e eeuw tot een belangrijke trekpleister voor kunstenaars uit heel Europa.
De komst van Jozef Israëls in 1856 gaf hieraan een belangrijke impuls. Hij had eerder in Barbizon – de bakermat van de Europese kunstenaarskolonies in Frankrijk – vormende ervaringen opgedaan. Talrijke andere vooraanstaande kunstenaars volgden al snel zijn voorbeeld, waaronder Max Liebermann en de Duitse schilder German Grobe (1857–1938), op wie deze tentoonstelling zich richt.
De schilderkunst uit Katwijk kenmerkt zich doordat niet het weidse landschap, maar de mens centraal staat in de compositie. De kunstenaars legden het zware dagelijkse werk van de kustbewoners vast in deels grootformaat schilderijen. Tot de karakteristieke onderwerpen behoren de traditionele Katwijkse klederdrachten, de typische platbodemboten op het zand en de levendige visveiling direct op het strand. Door hun intense sfeer geven de werken een authentiek tijdsbeeld van dat tijdperk weer.
De tentoonstelling is een officieel project van het Europese netwerk euroart. Ze komt tot stand door een grensoverschrijdende samenwerking tussen het Katwijks Museum, het Kunstmuseum Ahrenshoop en de Kunstkaten Ahrenshoop.



