Reisfoto’s uit Zwitserland/Ticino, Roemenië, Polen, Bulgarije, Oezbekistan en van de reis naar China vormen een aanvulling op het thema ‘Reisfoto’s’
„Een zeereis van meerdere maanden betekent een nieuwe breuk in de ontwikkeling van het oeuvre. Deze reis voert de kunstenaar samen met zijn vrouw over de Middellandse Zee en de Aziatische zeeën tot in Oost-Azië. Hij keert terug met talrijke studies en schilderijen die hij aan boord heeft gemaakt. De voortdurende focus op het handelsschip („Leipzig“) dat van haven naar haven voer – in zekere zin een rondtrekkend openluchttatelier – en de daarmee onvermijdelijke beperking tot het uitzicht over het dek en de reling: ook zo’n „beperking“ kon productief worden gemaakt.
‘Weken- en maandenlang op zee nam de kunstenaar vooral de overweldigende ervaring in zich op die de zee hem bood in het dagelijks wisselende uitzicht: onder een door hitte flikkerende hemel, in het zonlicht glazig wasblauw rollende golven in de Chinese Zee; door de storm geteisterde, hoog oprijzende groene golfkammen, bekroond met borrelende witte schuimkammen, regenbogen in de spetterende nevel bij windkracht 10 in de Indische Oceaan; de koele, schitterende fluorescentie van hemel en water in de Atlantische Oceaan.(Gerhard Pommeranz-Liedtke)
Het handschrift dat ooit zo nauwgezet was geworden en het streven naar zorgvuldig verdichte schilderkunst konden hier niet meer worden toegepast; potlood en penseel worden losjes en soms bijna kalligrafisch ingezet. In de schilderijen wordt nu de beleving van de ruimte – die tot het eigenlijke thema is geworden – weerspiegeld in haar veranderende situaties, evenals de studie van het bijna altijd bewegende wateroppervlak.
Een door de kunstenaarsvereniging mogelijk gemaakte schilderreis met enkele andere kunstenaars via Moskou naar Centraal-Azië leidde naar de oude steden van de Oriënt. In Bukhara en Samarkand ontstonden naast tekeningen ook enkele oliestudies op schilderpapier, waarin werd geprobeerd de eigenaardige sfeer van deze steden en deze natuur vast te leggen.” (Mayer, Rudolf. 1983. Welt der Kunst Otto Niemeyer-Holstein. Berlijn: Henschelverlag. blz. 32 en 42)
