Een tentoonstelling van de Stichting Monument voor de vermoorde Joden van Europa en het concentratiekamp-monument Flossenbürg
De tentoonstelling herdenkt mensen die tijdens het nazisme werden vervolgd als „asocialen“ en „beroepscriminelen“. Hun ervaringen staan centraal. Tussen 1933 en 1945 maken de autoriteiten en de politie gebruik van maatschappelijke vooroordelen. Ze controleren, intimideren en beroven tienduizenden mensen van hun vrijheid. Velen worden vermoord.
De BRD, de DDR en Oostenrijk weigeren de getroffenen een schadevergoeding. Hun ervaringen met onrecht worden ontkend.
In februari 2020 besloot de Duitse Bondsdag: „Niemand zat terecht in een concentratiekamp; ook degenen die als ‚asocialen’ en ‚beroepscriminelen’ werden vervolgd, waren slachtoffers van de nationaalsocialistische geweldsheerschappij”. In het kader van dit besluit gaf het parlement de Stichting Monument voor de vermoorde Joden van Europa en het KZ-herdenkingscentrum Flossenbürg de opdracht om een tentoonstelling op te zetten. Deze tentoonstelling vormt een van de belangrijkste projecten op het gebied van herdenkingsbeleid van het decennium in de Bondsrepubliek.
Bij de opening spreekt Mascha Krink, oprichtingslid van vevon e.V. (Verband für das Erinnern der verleugneten Opfer des Nationalsozialismus e. V.)
De curatoren Ulrich Baumann en Oliver Gaida, Monument voor de vermoorde Joden van Europa, presenteren de tentoonstelling.
