Johannes Brahms – Concerto voor viool, cello en orkest in a mineur, op. 102 | Richard Strauss – Metamorfosen | Richard Wagner – Goede Vrijdag-magie
„Iemand die dit heeft gecreëerd, kan niet langer leven. Die is ten einde. Die moet spoedig sterven.”
Een bezoeker van de wereldpremière van de Parsifal
Programma
Johannes Brahms – Concerto voor viool, cello en orkest in a mineur, op. 102
Richard Strauss – Metamorphosen. Studie voor 23 solostrijkers, AV 142
Richard Wagner – Goede Vrijdag-magieuit de opera Parsifal, WWV 111
Ga mee met drie grote Duitse componisten door hun laatste grote werken – het ene is verzoenend, het andere neerslachtig, het derde verheven: Johannes Brahms probeert in zijn laatste grote orkestwerk de scheuren in zijn (bijna) levenslange vriendschap met de violist Joseph Joachim te herstellen. Richard Strauss schrijft de Metamorfosen niet alleen aan het einde van zijn leven, maar ook aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Duitsland ligt op zijn knieën, Strauss lijdt: „Mijn mooie Dresden, Weimar, München: alles is verloren!“ Richard Wagner componeert in zijn laatste opera een bijzonder plechtig orkeststuk: de Goede Vrijdag-magie.