Wonderkinderen
Wolfgang Amadeus Mozart: Symfonie nr. 26 in Es majeur, KV 184
Erich Wolfgang Korngold: Concerto voor viool en orkest in D majeur, op. 35
Felix Mendelssohn Bartholdy: Symfonie nr. 3 in a mineur op. 56, „Schotse symfonie“
Wonderkinderen – dat klinkt als verbazingwekkend talent, vroeg meesterschap en schitterende carrières. Maar de term heeft ook een andere kant: de druk van de verwachtingen, publieke aandacht en de uitdaging om het al vroeg toegekende ‘genie’ een leven lang waar te maken. Drie componisten uit verschillende tijdperken – en drie heel eigen manieren om met vroege roem om te gaan: Mozarts Symfonie nr. 26 combineert lichtheid en helderheid; het toont een opmerkelijke compositorische soevereiniteit in een fase van stilistische verdichting en subtiele dramatische spanning. Korngold geeft zijn vioolconcert vorm met een weelderige, schitterende laatromantische klanktaal, gekenmerkt door zijn ervaring als filmcomponist in Hollywood. Heel anders, en toch even opvallend, ontvouwt Mendelssohn in de 3e symfonie, geïnspireerd door zijn reis naar Schotland, een klankwereld van atmosferische diepgang en emotionele weidsheid.



