Er gaat niets boven een volksliedje dat samen wordt gezongen. Iedereen kent ze, bijna niemand zingt ze nog, sommige zijn vergeten. Zoals de volksliedgeschiedenis van Mecklenburg. Dit is het verhaal van historicus Christoph Wunnicke.
Er gaat niets boven samen een liedje zingen. Bekende volksliedjes zijn hier het meest geschikt voor. Iedereen kent ze, bijna niemand zingt ze nog, sommige zijn vergeten. Zoals de volksliedjesgeschiedenis van Mecklenburg.
Toch gaat deze geschiedenis ver terug, ook naar de kerk, waar in 1492 het zingen van liederen tijdens kerkdiensten in de lokale taal werd geregeld in Schwerin. De eerste drukken van het volkslied van Klaus Störtebeker verschenen rond 1550. In 1850 vond in Güstrow het eerste festival van de Mecklenburgse Zangersbond plaats.
In 1914 ontdekte bibliothecaris Bruno Claußen in de universiteitsbibliotheek van Rostock het laatmiddeleeuwse liedboek van Rostock, een van de belangrijkste getuigenissen van de Nederduitse muziekcultuur. En in 1933 publiceerde de Rostockse uitgeverij Hinstorff-Verlag "Volkslieder aus den beiden Mecklenburg", geredigeerd door Johannes Gosselck en Friedrich Siems.
De historicus Christoph Wunnicke vertelt dit verhaal aan de hand van grote lijnen, illustratieve episodes en natuurlijk de volksliederen. Tussen de afzonderlijke verhalen door worden de beschreven en andere liederen samen met het publiek gezongen, begeleid door organist Reinhard Kotitschke en trompettist Ulf Rust.
Na de laatste noot voel je dat zingen je sterk en gelukkig maakt.



